Cultuur
Het Camargue paard is van oudsher het werkpaard van de Franse cowboys, les gardians, en wordt gebruikt voor het hoeden van de zwarte stieren die men fokt in de Camargue. Vooral voor het afzonderen van één stier, de tri de bétail, is het Camargue paard zeer geschikt omdat het snel ter been is en goed begrijpt wat de ruiter van hem verlangt. Om bij het spectaculaire versnellen en wenden goed in het zadel te blijven heeft de gardian veel baat bij het traditionele Camargue zadel. Een klassiek Spaans type zadel, dat op maat gemaakt wordt en vaak het kostbaarste bezit is van de guardian. De bijbehorende stijgbeugels zijn van smeedijzer, rond van vorm en gesloten van voren. Het zadeldek is van canvas met aan de buitenkant een bruinwit geblokte wollen stof.
De gardians zijn in dienst van een manadier; dit is de eigenaar van een manade. Een manade is een zeer uitgestrekt landgoed in de Camargue (soms wel 500 ha) waar men (vecht)stieren fokt en waar men een aantal Camargue paarden heeft voor het werk. Meer en meer richten de manades zich ook op het fokken van paarden, vanwege de flink gestegen vraag naar dit paardenras. Men selecteert een groep goede fokmerries en laat die het hele jaar loslopen op de moerassige terreinen van de manade in gezelschap van een zorgvuldig gekozen hengst. De veulens worden in volledige vrijheid geboren, meestal vroeg in het voorjaar. Tegen de herfst worden de merries en de veulens bij elkaar gedreven en daarna van elkaar gescheiden. De veulens worden gebrandmerkt, ontwormd en door een vertegenwoordiger van de Nationale Franse Stoeterij gekeurd en voorzien van officiële papieren. Vervolgens gaan ze nog een jaar of twee terug de vrijheid in, totdat het tijd is om onder het zadel gebracht te worden of geselecteerd te worden voor de fokkerij.
Traditiegetrouw rijden gardians aléén op mannelijke dieren, al of niet gecastreerd. De opleiding van een jong paard duurt ongeveer tot zijn zesde jaar, de leeftijd waarop hij geacht wordt met stieren te kunnen werken.
Van oudsher waren de Franse cowboys, evenals hun Amerikaanse collega's, arme boerenknechten die het zout in de pap niet verdienden. Ook de landeigenaren, de manadiers, hadden vaak de grootste moeite om het hoofd boven water te houden in een agrarisch dermate arme streek als de Camargue. In de loop van de vorige eeuw echter tekenden zich twee grote veranderingen af die de Camargue meer rijkdom brachten.
Om te beginnen bleek dat er heel goed rijst te verbouwen viel in deze streek. Middels een ingenieus stelsel van dijken langs de Rhône en allerlei kleine zoetwaterkanaaltjes was het waterpeil en de ziltigheid van de streek vrijwel geheel onder controle. Naast riet voor de daken werd rijst één van de agrarische producten die de Camargue meer rijkdom gaven. De rijstteelt ging echter wel ten koste van de uitgestrekte leefgebieden van het vee.
De tweede verandering die de Camargue onderging was de opkomst van het toerisme.
Rond 1900 kwam het gebied meer en meer in de belangstelling van de gegoede Fransen. Een beroemde dichter, Mistral, beschreef de schoonheid van het gebied in gedichten die veel faam oogstten. Een beroemde inwoner van de Camargue, Baron de Baroncelli, zelf een manadier, bedacht een meer romantisch kostuum voor zijn gardians, hetgeen op grote schaal werd nagevolgd.
Sindsdien draagt elke zichzelf respecterende gardian een kleurrijk Provençaals overhemd, cowboylaarzen, een zwart fluwelen jasje met rode voering en een zwarte vilthoed met gleuf.
De twee belangrijkste steden van de Camargue, Arles en Les Saintes-Maries de la Mer trokken steeds meer toeristen. Het landschap, met daarbij de Middelandse zeekust, bood veel vakantiemogelijkheden.
Het Camargue paard werd meer en meer ingezet voor het toerisme. Heden ten dage kan men overal in de Camargue tegen betaling een rit te paard maken. Speciaal geselecteerde dieren zorgen ervoor dat ook de minst ervaren ruiter mee kan om het mooie landschap te bekijken. De kleurrijke kleding is nog volop aanwezig. Ook voor de vrouwelijke ruiters is er een speciaal costume de gardianne.
Het stierenvechten in de Camargue is heel verschillend van het Spaanse stierenvechten.
Anders als bij de klassieke corrida wordt bij de course camarguaise de stier niet gedood. De sport bestaat hieruit dat een tussen de horens van de stier bevestigd rozet, de cocarde, door atletische, in het wit geklede jongemannen, de raseteurs, bemachtigd moet worden. Niet ongevaarlijk, want de stier achtervolgt ze woedend, vaak tot over de rand van de arena.
Hoe beter de stier het doet, hoe enthousiaster het publiek reageert. Een moedige, felle stier kan na herhaalde gevechten ook heel beroemd worden. Er vloeit geen bloed bij deze vorm van stierenvechten, alhoewel de raseteurs soms wel een prik oplopen van de horens. (zie filmpje)
Bij elke course camarguaise treden meerdere stieren op. De dieren arriveren tegenwoordig bij de arena in een stevige vrachtwagen, maar vroeger begeleidden de gardians de stieren te paard van de manade naar de arena. In volle galop, met minstens zes ruiters per groep stieren, doorkruiste men op spectaculaire wijze het dorp. De Camarguais noemen dit een abrivado en men organiseert ze heden ten dage nog steeds, zij het dan voornamelijk voor de toeristen.
Naast de stierengevechten organiseert men in de Camargue ook veel behendigheidscompetities te paard, de zogenaamde concours de maniabilité.
Per team of individueel moet men zo snel mogelijk een heel parcours afwerken, waaronder het openen en dichtdoen van een hek, het doorkruisen van een diepe plas water, ringsteken en een soort barrel racing.
De rijstijl van de Camargue is sinds een jaar of tien een officiële tak van de Franse ruitersport geworden, waar ook kampioenschappen in worden gereden. Het traditionele Provençaalse tenue is daarbij verplicht.
Klik op bovenstaande foto om een kijkje te nemen bij een
authentieke zadelmaker uit de Camargue.
Klik op bovenstaande foto om meer Camargue-
kleding te bekijken.